ECLI:NL:CRVB:2022:2855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als inpakker
Appellant was werkzaam als inpakker en ontving vanaf 21 februari 2018 een Ziektewetuitkering na ziekmelding. De bedrijfsarts verklaarde appellant per 13 april 2018 arbeidsgeschikt voor zijn eigen werk. Het UWV beëindigde daarop de uitkering, wat appellant aanvocht zonder succes bij bezwaar en de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was en dat er geen medische grond was om beperkingen aan te nemen op de datum in geding. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat hij nog steeds onder ziekenhuisbehandeling stond, maar de Raad volgde het UWV en de rechtbank.
De Raad stelde vast dat de medische stukken van appellant niet betrekking hadden op de datum van 13 april 2018 en dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht per 13 april 2018 beëindigd omdat hij geschikt is voor zijn eigen werk als inpakker.