Uitspraak
20.422 PW
OVERWEGINGEN
- motorrijtuigenbelasting van € 178,- per maand; daarbij is betrokken dat de auto op diesel rijdt en 1.830 kilo weegt;
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een melding startte het college een onderzoek en stelde vast dat appellant een auto van zijn neef gebruikte zonder hiervoor te betalen. Het college herzag de bijstand en vorderde kosten terug over de periode 17 oktober 2018 tot en met 31 december 2018, omdat sprake was van een substantiële lastenverlichting.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht uitging van een besparing en niet van inkomen in natura, en stelde het bedrag van de besparing vast op € 257,76 per maand. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij € 100,- per maand aan huur betaalde voor de auto, maar kon dit niet aannemelijk maken met objectieve bewijsstukken.
De Raad concludeerde dat de huurovereenkomst geen huursom vermeldde en de verklaringen van appellant en zijn zoon niet werden ondersteund door betalingsbewijzen. Daarom faalde het beroep en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een veroordeling in proceskosten werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd.