ECLI:NL:CRVB:2022:315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het beroepschrift te laat was ingediend. Appellant stelde dat hij het beroepschrift op tijd had gepost, maar de poststempel wees anders uit.
In het verzet stelde appellant dat vertraging in de postbezorging, mede door de coronapandemie en latere lediging van de brievenbus in zijn woonplaats, de oorzaak was van de late ontvangst. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende feiten of omstandigheden had aangevoerd om het verzuim te weerleggen.
De Raad bevestigde dat de poststempel leidend is voor de datum van verzending, tenzij de verzender aannemelijk maakt dat de brief eerder is gepost. De enkele verklaring van appellant volstond niet. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn hoger beroep wordt ongegrond verklaard.