ECLI:NL:CRVB:2022:335

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 februari 2022
Publicatiedatum
23 februari 2022
Zaaknummer
19/4553 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV met proceskostenveroordeling

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen beslissingen van het UWV. Het UWV heeft op 12 juli 2021 twee gewijzigde beslissingen op bezwaar genomen die tegemoetkomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant op 10 augustus 2021 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan bezwaren worden veroordeeld in de proceskosten.

De Raad oordeelt dat het UWV de kosten in de bezwaarfase reeds heeft vergoed en veroordeelt het UWV in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep. De vergoeding wordt begroot op €2.277,- voor beroep en €759,- voor hoger beroep, totaal €3.036,-. Vergoeding van griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV claimen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €3.036,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 februari 2022
19/4553 en 19/4554 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van
26 september 2019, 18/1136 en 19/641 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. I. Wudka, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 12 juli 2021 twee gewijzigde beslissingen op bezwaar genomen.
Op 10 augustus 2021 heeft mr. Wudka namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissingen op bezwaar 12 juli 2021 aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
Aangezien het Uwv de gemaakte kosten in de bezwaarfase inmiddels heeft vergoed, moet de Raad alleen nog oordelen over de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 2.277,- in beroep (2 punten voor het indienen van de beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 759,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 3.036,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 3.036,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 februari 2022.
(getekend) J.P.M. Zeijen
(getekend) H. Alajai
GdJ