ECLI:NL:CRVB:2022:343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd
Appellant was werkzaam als medewerker kledingmagazijn en meldde zich ziek met rugklachten. Het UWV kende hem een Ziektewet-uitkering toe, maar beëindigde deze nadat een verzekeringsarts hem geschikt achtte voor zijn laatst verrichte arbeid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en er geen objectieve afwijkingen waren die het hervatten van de arbeid in de weg stonden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat een arbeidskundige expertise nodig was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat appellant geschikt is voor zijn arbeid. De medische stukken ondersteunen het standpunt dat er sprake is van aspecifieke rugklachten zonder ernstige afwijkingen. Appellant heeft geen nieuwe medische informatie ingebracht die dit tegenspreekt.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewet-uitkering terecht is beëindigd wegens geschiktheid voor de maatgevende arbeid.