ECLI:NL:CRVB:2022:382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige medische herbeoordeling bevestigd
Appellant, voormalig kassenbouwer, ontving een WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling door het UWV werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 31,56%, waarna de uitkering werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld. Ook de brieven van medische specialisten werden betrokken, maar boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en overhandigde een brief van een anesthesioloog die een toename van klachten constateerde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze informatie na de datum in geschil ligt en dat het medisch onderzoek voldoende gemotiveerd en zorgvuldig was.
De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat er geen reden is een deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De WGA-uitkering van appellant is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt verworpen.