ECLI:NL:CRVB:2022:394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd, welke op 5 juli 2018 is geweigerd. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is op 1 februari 2019 ongegrond verklaard door het Uwv. De rechtbank Gelderland heeft vervolgens het beroep van appellant tegen dit besluit afgewezen op 22 juli 2021.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar gaf op 6 oktober 2021 aan de procedure alleen voort te zetten voor het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens gebrek aan procesbelang voor het overige en behandelt het verzoek om schadevergoeding.
De Raad stelt vast dat de totale duur van de procedure, gerekend vanaf het moment dat het bezwaar bij het Uwv werd ontvangen op 20 juli 2018 tot de uitspraak in hoger beroep op 23 februari 2022, minder dan vier jaar bedraagt. Daarmee is de redelijke termijn niet overschreden. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.