ECLI:NL:CRVB:2022:40
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij met ingang van 10 december 2018 minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen WIA-uitkering ontvangt. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig en juist was uitgevoerd en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellante.
In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt dat zij meer dan 35% arbeidsongeschikt is, onderbouwd met klachten en een behandelplan van een GZ-psycholoog. De Centrale Raad van Beroep volgt de rechtbank en het UWV in hun oordeel dat de medische beoordeling juist is en dat het behandelplan geen aanleiding geeft tot twijfel aan het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.
De Raad concludeert dat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat en dat er geen reden is om een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.