ECLI:NL:CRVB:2022:407
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toepassing kostendelersnorm op AIO-aanvulling ondanks betwiste huurrelatie
Appellant heeft een AIO-aanvulling aangevraagd en opgegeven dat hij samenwoont met zijn partner op hetzelfde adres. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende aanvankelijk een AIO-aanvulling toe volgens de norm voor gehuwden, maar wijzigde dit later naar de norm voor alleenstaanden met toepassing van de kostendelersnorm, waarbij de partner als kostendelende medebewoner werd aangemerkt.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat er sprake is van een commerciële huurrelatie met zijn partner en geen kostendelende medebewoning. Hij stelde dat hij maandelijks contant huur betaalde, maar kon dit niet aantonen met bewijs van betaling, zoals vereist volgens de Participatiewet. De Raad concludeerde dat de contante betalingen niet aannemelijk waren gemaakt en dat de huurprijs sinds 2011 niet was geïndexeerd, wat niet past bij een commerciële huurrelatie.
De Raad oordeelde dat de Svb terecht de kostendelersnorm toepaste en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kostendelersnorm wordt bevestigd.