Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
1) je woont niet meer samen, én
2) jullie hebben allebei je eigen leven alsof je niet meer getrouwd bent, én
3) in ieder geval één van jullie wil dat dat zo blijft.
i) er heeft op 28 september 2020 een gesprek plaatsgevonden tussen eiser en verweerder en er is direct aansluitend een huisbezoek geweest op de [adres 2] . Uit het verslag van het huisbezoek blijkt dat alle spullen waarvan eiser tijdens het gesprek had gezegd dat (en waar) ze in die woning stonden, er ook stonden (behalve één gordijn);
ii) eiser stond van 25 juni 2019 tot 26 januari 2021 in de BRP ingeschreven op de [adres 2] en vanaf 26 januari 2021 op de [adres 3] ;
iii) eiser betaalde/betaalt huur, water en energie voor de [adres 2] /de [adres 3] ;
iv) eiser kreeg/krijgt zijn post op de [adres 2] /de [adres 3] ;
v) van 10 maart 2021 tot 16 maart 2021 heeft verweerder waarnemingen verricht bij de [adres 1] en de [adres 3] . Eisers auto is één keer gezien op de [adres 1] (namelijk op 12 maart 2021 om 11.40 uur) en vijf keer op de [adres 3] .
i) bij het huisbezoek op 28 september 2020 is een doosje medicijnen van eiser gevonden uit januari 2020 met het adres op de [adres 1] ;
ii) bij onaangekondigde huisbezoeken op de [adres 2] op 26 augustus 2020 en 28 augustus 2020 was eiser niet thuis;
iii) op 24 maart 2021 is een omgevingsonderzoek gedaan bij de [adres 1] . Er is gesproken met drie buurtbewoners. Zij hebben onafhankelijk van elkaar verklaard en al hun verklaringen komen er op neer dat er op de [adres 1] sinds jaar en dag een gezin woont bestaande uit een man, een vrouw en twee kinderen en dat dit niet is veranderd.
vier wekende tijd krijgt om te beslissen op eisers aanvraag. Verweerder moet namelijk genoeg tijd krijgen om een zorgvuldig onderzoek te doen naar de aanvraag. [19]
Beslissing
- verklaart de beroepen met zaaknummers UTR 21/724, UTR 21/723, UTR 21/1950, UTR 20/3017, UTR 20/4210, UTR 21/3943, UTR 21/3113, UTR 21/2244, UTR 21/2552 en UTR 21/3602 ongegrond;
- verklaart het beroep met zaaknummer UTR 21/3658 gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- stelt de door verweerder te betalen dwangsom vast op € 1.442,--;
- draagt verweerder op binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- draagt verweerder op het in zaak UTR 21/3658 betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden.