ECLI:NL:CRVB:2022:412
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel, maar heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. Ondanks meerdere aanmaningen en herinneringen, waaronder aangetekende brieven, is het griffierecht niet betaald. Tevens bevatte het ingediende beroepschrift geen beroepsgronden, hetgeen een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad heeft appellante meerdere malen de gelegenheid geboden om het verzuim te herstellen, onder meer door het indienen van adresgegevens en het alsnog betalen van het griffierecht, maar deze termijnen zijn ongebruikt voorbijgegaan. Ook is appellante gewezen op de consequenties van het niet voldoen aan deze verplichtingen, namelijk dat de zaak niet inhoudelijk zal worden behandeld.
Op grond van de beschikbare gegevens kan niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.