ECLI:NL:CRVB:2022:413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 22 december 2020 een gewijzigde beslissing die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in op 14 juli 2021 en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten en wettelijke rente.
Het UWV had de gemaakte kosten in de bezwaarfase reeds vergoed en de wettelijke rente voldaan. De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Vervolgens oordeelde de Raad dat het UWV de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, moet vergoeden.
De proceskostenvergoeding werd begroot op €1.518,- voor het beroep en €759,- voor het hoger beroep, totaal €2.277,-. Voor het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.M. Zeijen op 16 februari 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant ten bedrage van €2.277,-.