ECLI:NL:CRVB:2022:43
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was laatstelijk werkzaam als afwasser/schoonmaakhulp en meldde zich ziek met rug- en nekklachten. Het UWV stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch onderzoek en de FML als zorgvuldig en juist werden beoordeeld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV zijn beperkingen onderschatte en overlegde een brief van een neuroloog ter onderbouwing.
De Centrale Raad van Beroep concludeert dat de brief van de neuroloog geen aanleiding geeft de FML te wijzigen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de medische situatie uitvoerig en overtuigend gemotiveerd beoordeeld. Er is geen reden om aan de juistheid van de FML te twijfelen.
Op basis van de FML kan appellant de geduide functies verrichten, waardoor het UWV terecht concludeerde dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een WIA-uitkering. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van een WIA-uitkering bevestigd.