ECLI:NL:CRVB:2022:449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en toewijzing proceskosten en wettelijke rente
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV over een WIA-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV op 14 oktober 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar die geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant.
Naar aanleiding daarvan trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep het UWV te veroordelen in de proceskosten en in de door appellant geleden schade, bestaande uit wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Het UWV stemde in met deze vorderingen.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten, begroot op €11.714,15, en tot betaling van de wettelijke rente conform eerdere jurisprudentie. Appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente na intrekking van het hoger beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar.