ECLI:NL:CRVB:2022:459
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor functie medewerker tuinbouw
Appellant was ziekgemeld na een arbeidsongeval met meerdere breuken in het linkerbeen en ontving een Ziektewet-uitkering. Na een eerstejaars beoordeling beëindigde het UWV de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen in andere functies. Appellant werd geschikt geacht voor de functie medewerker tuinbouw, een fysiek niet zware functie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en de beperkingen juist waren ingeschat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen groter waren, onder meer door gevoelloosheid en psychische klachten, en dat het psychisch onderzoek onvoldoende was geweest.
De Raad oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht concludeerde dat appellant geschikt was voor de functie medewerker tuinbouw op de datum in geding. De functie is eenvoudig en vereist geen knielen of hurken, wat appellant beperkt. Psychische klachten en een vermeende verstandelijke beperking zijn onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 16 december 2017 wegens geschiktheid voor de functie medewerker tuinbouw.