ECLI:NL:CRVB:2022:477
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering woningaanpassing en toekenning verhuisvergoeding op grond van Wmo 2015
Appellant, lijdend aan de ziekte van Parkinson, vroeg om een woningaanpassing op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college kende hem een verhuisvergoeding toe als goedkoopste maatwerkvoorziening ter compensatie van zijn beperkingen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat de verhuisvergoeding geen passende bijdrage was vanwege medische bezwaren tegen verhuizen en dat het college bij buren wel woningaanpassingen vergoedde, wat volgens hem strijdig was met het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank wees zijn beroep af en ook in hoger beroep slaagde zijn bezwaar niet.
De Raad oordeelde dat verhuizen naar een rolstoeltoegankelijke woning met voorzieningen op de begane grond een passende oplossing bood. Het college had een passende woning aangeboden en appellant had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verhuizen medisch onmogelijk was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant niet aannemelijk maakte dat de situatie van de buren vergelijkbaar was.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af, zonder aanleiding tot toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de woningaanpassing bevestigd.