ECLI:NL:CRVB:2022:483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten duurzame gebruiksgoederen wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verhuisde na een buitengerechtelijke ontbinding van haar huurovereenkomst naar een nieuwe woning. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een bed, wasmachine en fornuis ter waarde van €613,-, welke het college van burgemeester en wethouders van Breda afwees omdat de kosten niet noodzakelijk waren en niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden.
De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat de gedwongen en onverwachte verhuizing haar inboedel, die grotendeels tweedehands en verouderd was, onbruikbaar maakte en dat de kosten daarom noodzakelijk waren en voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar gebruiksgoederen aan vervanging toe waren. Er waren geen aanwijzingen dat bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet aanwezig waren. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.