ECLI:NL:CRVB:2022:491
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging UWV-besluiten wegens ondeugdelijke motivering urenbeperking WIA-uitkering
Appellant, voormalig chauffeur, ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een herbeoordeling in 2019 stelde het UWV dat appellant per 3 juni 2019 meer arbeidsgeschikt was en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 67,62%. Later verklaarde het UWV bezwaar van de ex-werkgever gegrond en stelde dat appellant per 14 april 2020 geen recht meer had op een WIA-uitkering vanwege minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat het UWV de beperkingen van appellant juist had beoordeeld en dat er geen medische noodzaak was voor een urenbeperking. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn long- en hartklachten een stoornis in de energiehuishouding veroorzaakten, waardoor een urenbeperking volgens de Standaard Duurbelasting in arbeid noodzakelijk was.
De Raad oordeelt dat het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat appellant niet langer een urenbeperking nodig heeft, onvoldoende overtuigt. De rapporten van de verzekeringsartsen Van Rijswijk en Meijer bevestigen een urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week. De besluiten van het UWV zijn ondeugdelijk gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12, eerste lid, Awb. De Raad vernietigt de bestreden besluiten, verklaart de beroepen gegrond en bevestigt het primaire besluit van 3 juni 2019 als uitgangspunt.
Uitkomst: De bestreden besluiten van het UWV worden vernietigd en de urenbeperking uit de FML van 15 mei 2019 wordt bevestigd.