ECLI:NL:CRVB:2022:500
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand 2017 wegens niet-overleggen financiële gegevens
In deze zaak gaat het om de terugvordering van een bijstandslening die in 2017 aan appellant is verstrekt. Het college van burgemeester en wethouders van Emmen heeft de terugvordering gehandhaafd omdat appellant niet heeft voldaan aan de verplichting om binnen zes maanden na afloop van het boekjaar 2017 de gevraagde financiële gegevens te overleggen.
De rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond verklaard. Appellant stelde dat hij de financiële stukken niet kon aanleveren vanwege een lopende gerechtelijke procedure over zijn voormalige vennootschap onder firma (vof), maar de rechtbank oordeelde dat dit niet relevant was omdat de vof in 2017 niet meer bestond en appellant geen andere financiële gegevens van zijn eenmansbedrijf had verstrekt.
In hoger beroep heeft appellant dezelfde argumenten aangevoerd, waaronder de stelling dat er dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien vanwege financiële problemen. De Centrale Raad van Beroep heeft het oordeel van de rechtbank bevestigd en benadrukt dat appellant geen financiële gegevens heeft overgelegd en niet aannemelijk heeft gemaakt daartoe niet in staat te zijn. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de terugvordering blijft gehandhaafd.
Uitkomst: De terugvordering van de bijstand uit 2017 wordt bevestigd omdat appellant niet heeft voldaan aan de verplichting tot het overleggen van financiële gegevens.