Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:527

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 maart 2022
Publicatiedatum
16 maart 2022
Zaaknummer
19/1205 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:64 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV in bezwaar en veroordeling in proceskosten

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure nam het UWV op 27 juli 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee volledig aan de bezwaren van appellant werd tegemoetgekomen. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in op 17 augustus 2021 en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Raad stelde vast dat het UWV door de rechtbank reeds was veroordeeld tot vergoeding van kosten in beroep, zodat de Raad zich alleen hoefde uit te spreken over de kosten in bezwaar en hoger beroep. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen, waarna het onderzoek zonder nadere zitting werd gesloten.

De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 2.818,-, bestaande uit kosten in bezwaar en hoger beroep. Voor het griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Rijnbeek op 2 maart 2022.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.818,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 2 maart 2022
19/1205 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van
5 februari 2019, 17/1125 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. S.C. Scheermeijer, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting in de zaak heeft plaatsgehad op 9 september 2020. Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst.
Het Uwv heeft op 27 juli 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 17 augustus 2021 heeft mr. Scheermeijer namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruikgemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:64, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een nader onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Vervolgens is het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 27 juli 2021 volledig aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
Aangezien het Uwv door de rechtbank al is veroordeeld tot vergoeding van de kosten in beroep, moet de Raad alleen nog oordelen over de in bezwaar en hoger beroep gemaakte kosten.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bewaar en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
op € 541,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift) en € 2.277,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 1 punt voor de schriftelijke zienwijzen). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 2.818,-.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.818,-.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ