Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:529

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 maart 2022
Publicatiedatum
16 maart 2022
Zaaknummer
20/528 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat het UWV op 7 januari 2021 een gewijzigde beslissing nam die in combinatie met een brief van 30 maart 2021 volledig aan haar bezwaren tegemoetkwam.

De Centrale Raad van Beroep heeft op verzoek van appellante het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken voor de verleende rechtsbijstand tijdens de behandeling van het beroep en hoger beroep. Daarnaast zijn ook reiskosten voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank tot een vastgesteld bedrag voor vergoeding in aanmerking genomen.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de procedure gesloten. Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan door rechter F.M. Rijnbeek en griffier H. Alajai op 2 maart 2022.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.673,68 aan proceskosten en reiskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 2 maart 2022
20/528 en 21/1560 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
2 januari 2020, 19/1000 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.M. Profijt, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 7 januari 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Op 26 mei 2021 heeft mr. Profijt namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft in een brief van 9 juni 2021 aan de Raad medegedeeld geen bezwaar tegen vergoeding van de proceskosten te hebben.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de nieuwe beslissing van 7 januari 2021 in combinatie met de brief van 30 maart 2021 volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken voor de aan haar verleende rechtsbijstand. Deze proceskosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.518,- in beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 1.138,50 in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het (aanvullend) hogerberoepschrift en 0,5 punt voor een schriftelijke zienswijze). In totaal bedraagt de proceskostenvergoeding € 2.656,50.
De reiskosten die appellante heeft moeten maken voor het bijwonen van de zitting bij de rechtbank, komen tot een bedrag van € 17,18 (openbaar vervoer 2e klas) voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep en hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.673,68.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ