ECLI:NL:CRVB:2022:556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij afwijzing bijzondere bijstand schulden
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verzocht het college om overname van zijn schulden. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk omdat appellant geen gronden tegen het besluit had aangevoerd. De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkheid.
In hoger beroep stelde appellant dat het college onvoldoende had onderzocht welke hulp hij nodig had en dat hij schade had geleden doordat het college hem niet tijdig had geïnformeerd over een pilot saneringskrediet. Inmiddels had het college een saneringskrediet verleend en afspraken gemaakt met schuldeisers, waardoor appellant geen directe schulden meer had.
De Raad oordeelde dat met de verlening van het saneringskrediet en de afspraken het belang van appellant bij beoordeling van het bestreden besluit in beginsel was komen te vervallen. De door appellant gestelde schade hield geen verband met het bestreden besluit. Daarom ontbrak het aan een actueel procesbelang en werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.