Uitspraak
20 2485 WIA
PROCESVERLOOP
A. Anandbahadoer.
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 20 maart 2019 waarin een WIA-uitkering werd geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het bezwaar werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het besluit op het juiste adres was verzonden en appellant geen feiten had gesteld die tijdige ontvangst in twijfel konden trekken.
In hoger beroep stelde appellant dat hij het besluit pas kort voor 13 juni 2019 had ontvangen en dat hij direct na ontvangst bezwaar had gemaakt via zijn broer en een rechtshulpverlener. Ter onderbouwing overlegde hij e-mailcorrespondentie met het UWV waarin hij zijn situatie toelichtte. Het UWV gaf vervolgens aan het bezwaar alsnog inhoudelijk te willen behandelen.
De Raad oordeelde dat het UWV het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard en vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De Raad droeg het UWV op een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen en bepaalde dat tegen die beslissing beroep kan worden ingesteld bij de Raad. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen.