ECLI:NL:CRVB:2022:586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsvermogen
Appellante heeft meerdere keren een Wajong-uitkering aangevraagd, waarbij het UWV telkens heeft vastgesteld dat zij weliswaar arbeidsbeperkingen heeft, maar dat deze niet duurzaam zijn omdat verbetering van belastbaarheid bij adequate therapie wordt verwacht. Bij het bestreden besluit van 6 augustus 2019 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard, omdat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven het eerdere besluit te herzien. De medische informatie van de psychiater Griffioen bevestigt dat appellante geen adequate therapie volgt en dat de beperkingen daarom niet duurzaam zijn.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat ondanks langdurige behandelingen geen verbetering is opgetreden, maar de Raad stelt dat volgens artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong pas na tien jaar van arbeidsongeschiktheid duurzaamheid kan worden aangenomen. Deze periode is voor appellante op 30 maart 2022 verstreken, waarna een nieuwe aanvraag mogelijk is.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit zorgvuldig is genomen en niet evident onredelijk is, en bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.