ECLI:NL:CRVB:2022:591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na oogletsel
Appellante, voormalig leerkracht speciaal onderwijs, verloor haar rechteroog door een vuurwerkongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het medische en arbeidskundige onderzoek als zorgvuldig en goed gemotiveerd werd beoordeeld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij na elk kwartier visueel belastend werk vijf minuten pauze moest nemen, wat een verlies van 25% arbeidstijd zou betekenen. Dit standpunt was gebaseerd op rapporten van verzekeringsarts Draaijer. De Raad oordeelde dat dit pauzeadvies onvoldoende geobjectiveerd was en vooral gebaseerd op subjectieve klachten. Bovendien was het werk als leerkracht niet passend geacht, en werd gekeken naar ander passend werk.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling juist was en dat er geen reden was een onafhankelijke deskundige te benoemen. Het hoger beroep werd verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.