Uitspraak
21.976 WWB
OVERWEGINGEN
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een onherroepelijke uitspraak uit 2014 waarin zijn aanvraag om bijstand was afgewezen vanwege inkomsten uit verhuur van appartementen.
De rechtbank had het verzoek om herziening in 2019 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het ontbreken van nieuwe feiten. De Raad bevestigde deze beslissing in 2020. Verzoeker stelde dat de opbrengst uit verhuur als vermogen moest worden gezien en dat het college zijn zorgplicht had geschonden, wat volgens hem niet eerder was meegewogen.
De Raad oordeelde dat deze argumenten niet als nieuwe feiten konden worden aangemerkt omdat ze voorheen bekend waren of hadden kunnen zijn. De stelling dat sprake zou zijn van schending van privacy en grondrechten was niet relevant voor de ontvankelijkheid van het verzoek. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door M. Hillen, in aanwezigheid van griffier B. Beerens.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.