ECLI:NL:CRVB:2022:615

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 maart 2022
Publicatiedatum
23 maart 2022
Zaaknummer
20/807 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na kwijtschelding terugvordering

In deze zaak stond een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant centraal, waarbij het geschil betrekking had op een terugvordering van een bedrag van € 3.839,70.

Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg deed een voorstel om het resterende terugvorderingsbedrag kwijt te schelden. De gemachtigde van appellant gaf aan dat de erven van appellant hiermee konden instemmen en tevens afstand deden van het recht op terugbetaling van reeds betaalde gelden. Hierdoor deden beide partijen afstand van hun vorderingen en ontstond er geen geldelijk belang meer bij het voortzetten van de procedure.

Op grond van deze situatie verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Partijen waren niet verschenen bij de zitting en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken. Deze uitspraak maakt duidelijk dat het ontbreken van een procesbelang leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.

Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na kwijtschelding terugvordering.

Uitspraak

20.807 PW-PV, 20/808 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 januari 2020, 19/2986 en 19/5076 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
de erven van [appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)
Datum uitspraak: 15 maart 2022
Zitting heeft: J.L. Boxum
Griffier: B. Beerens
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 15 maart 2022. Partijen zijn niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. De beslissing is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij e-mailbericht van 11 maart 2022 is namens het college medegedeeld dat het voorstel is gedaan om het resterende terugvorderingsbedrag van € 3.839,70 kwijt te schelden.
Bij e-mailbericht van 14 maart 2022 heeft de gemachtigde van appellant medegedeeld dat hij van de erven van zijn client vernam dat zij kunnen instemmen met het voorstel van het college. Voorts vermeldt de gemachtigde dat zijn client afstand doet van zijn recht op terugbetaling van reeds betaalde gelden, dat partijen aldus beiden afstand doen van hun vorderingen tegen finale kwijting over en weer, dat het gevolg van bovenstaande is dat geen van partijen nog een geldelijk belang heeft in het voortzetten van de procedure en dat zijn cliënt in beide procedures niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden.
De gemachtigde vraagt niet-ontvankelijkheid uit te spreken op bovengenoemde gronden.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B. Beerens (getekend) J.L. Boxum