ECLI:NL:CRVB:2022:615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na kwijtschelding terugvordering
In deze zaak stond een hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant centraal, waarbij het geschil betrekking had op een terugvordering van een bedrag van € 3.839,70.
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg deed een voorstel om het resterende terugvorderingsbedrag kwijt te schelden. De gemachtigde van appellant gaf aan dat de erven van appellant hiermee konden instemmen en tevens afstand deden van het recht op terugbetaling van reeds betaalde gelden. Hierdoor deden beide partijen afstand van hun vorderingen en ontstond er geen geldelijk belang meer bij het voortzetten van de procedure.
Op grond van deze situatie verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk. Partijen waren niet verschenen bij de zitting en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken. Deze uitspraak maakt duidelijk dat het ontbreken van een procesbelang leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na kwijtschelding terugvordering.