ECLI:NL:CRVB:2022:62
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op grond van de Wet WIA
Appellant was werkzaam als sectieoperator en meldde zich ziek na een auto-ongeval. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 61,92% en kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn beperkingen, ook psychisch en energetisch, niet volledig waren meegenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, met voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt vast dat de verzekeringsartsen een volledig en deugdelijk medisch onderzoek hebben verricht, waarbij geen aanleiding was om aanvullende informatie bij de behandelend sector op te vragen.
Het door appellant overgelegde psychiatrisch rapport uit 2021 geeft geen aanleiding tot twijfel over het medisch oordeel per datum in geding, 21 mei 2018, omdat dit rapport zich richt op een latere periode. De Raad ziet daarom geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen en bevestigt de juiste vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid door het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant juist en zorgvuldig heeft vastgesteld op 61,92%.