ECLI:NL:CRVB:2022:622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren in de kosten kan worden veroordeeld. De Raad constateert dat het UWV de kosten voor verleende rechtsbijstand in bezwaar reeds heeft vergoed, zodat deze niet opnieuw in aanmerking komen.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep, begroot op in totaal €3.415,50. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 maart 2022.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante ten bedrage van €3.415,50 na intrekking van het hoger beroep.