ECLI:NL:CRVB:2022:623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de mate van arbeidsongeschiktheid per 18 januari 2018. Het hoger beroep werd ingetrokken onder verwijzing naar een besluit van het UWV van 16 juni 2020, waarbij een IVA-uitkering per 1 april 2019 was toegekend.
De Raad beoordeelde of het verzoek om proceskostenveroordeling kon worden toegewezen op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Awb, dat vereist dat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. Omdat het besluit van 16 juni 2020 betrekking had op een andere datum dan het bestreden besluit, oordeelde de Raad dat het UWV niet aan appellante was tegemoetgekomen.
Het verzoek om proceskostenveroordeling werd daarom afgewezen. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken door rechter F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai.
Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan niet aan appellante is tegemoetgekomen.