ECLI:NL:CRVB:2022:623

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 maart 2022
Publicatiedatum
24 maart 2022
Zaaknummer
19/2547 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep WIA-uitkering

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over de mate van arbeidsongeschiktheid per 18 januari 2018. Het hoger beroep werd ingetrokken onder verwijzing naar een besluit van het UWV van 16 juni 2020, waarbij een IVA-uitkering per 1 april 2019 was toegekend.

De Raad beoordeelde of het verzoek om proceskostenveroordeling kon worden toegewezen op grond van artikel 8:75a, eerste lid, Awb, dat vereist dat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. Omdat het besluit van 16 juni 2020 betrekking had op een andere datum dan het bestreden besluit, oordeelde de Raad dat het UWV niet aan appellante was tegemoetgekomen.

Het verzoek om proceskostenveroordeling werd daarom afgewezen. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de beslissing werd in het openbaar uitgesproken door rechter F.M. Rijnbeek, in aanwezigheid van griffier H. Alajai.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het bestuursorgaan niet aan appellante is tegemoetgekomen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 maart 2022
19/2547 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
26 april 2019, 18/3302 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.L. Soedamah, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Op 30 juli 2021 heeft mr. Soedamah namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb is bepaald dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep onder verwijzing naar een besluit van het Uwv van
16 juni 2020, waarbij aan appellante per 1 april 2019 een IVA-uitkering is toegekend, ingetrokken. De beslissing van 16 juni 2020 ziet op een andere datum dan het besluit waarop de aangevallen uitspraak betrekking heeft. In de aangevallen uitspraak gaat het om de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 18 januari 2018. Het Uwv is met de beslissing van 16 juni 2020 niet aan appellante tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb. De Raad is dan ook van oordeel dat het verzoek om proceskostenveroordeling dient te worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van H. Alajai als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2022.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) H. Alajai
GdJ