ECLI:NL:CRVB:2022:624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep veroordeelt UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep WIA
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake de WIA. Het UWV kwam met een gewijzigde beslissing op bezwaar volledig tegemoet aan de bezwaren van appellant, waarna het hoger beroep werd ingetrokken. De Raad beoordeelde alleen de proceskosten die appellant in beroep en hoger beroep redelijkerwijs had moeten maken.
De Raad oordeelde dat het UWV de proceskosten voor het bezwaar reeds had vergoed en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten voor het beroep en hoger beroep, begroot op in totaal € 2.277,-. De vergoeding van het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het UWV claimen.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 maart 2022, waarbij het onderzoek ter zitting achterwege bleef vanwege de intrekking van het hoger beroep.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 2.277,- aan proceskosten van appellant na intrekking van het hoger beroep.