ECLI:NL:CRVB:2022:635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De gemachtigde van appellante werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting het griffierecht binnen de gestelde termijnen te voldoen. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, hetgeen ook door de gemachtigde niet binnen de gestelde termijnen is hersteld, ondanks meerdere verzoeken en aanmaningen. Op grond van deze feiten kon niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk was en besloot zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
De uitspraak werd gedaan door J.P.M. Zeijen, in aanwezigheid van griffier H. Alajai, en op 10 maart 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.