Uitspraak
20.4138 WIA
26 oktober 2020, 19/1780 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig allround monteur, meldde zich ziek in 2004 met virale hepatitis en ontving vanaf 2007 een WGA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na beëindiging van deze uitkering in 2016 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid, meldde appellant zich in 2018 met toegenomen klachten. Het UWV weigerde een nieuwe WGA-uitkering toe te kennen omdat geen toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak werd vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de psychiater van Psyon de medische gegevens van de behandelend sector had betrokken. Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze psychiater onvoldoende rekening hield met zijn medische gegevens en medicatiegebruik, en verzocht om benoeming van een deskundige.
De Raad stelde vast dat de psychiater wel degelijk beschikte over de relevante medische informatie en dat uit het medisch dossier geen aanwijzingen voor toegenomen beperkingen voortvloeien. De informatie over een ernstige depressieve stoornis dateert van na de beoordelingsperiode. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de medische beoordeling.
De Raad concludeerde dat geen sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak en bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.