ECLI:NL:CRVB:2022:642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA- en Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met psychische en pijnklachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Ook een Ziektewet-uitkering werd geweigerd wegens geschiktheid voor passend werk.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, alle klachten waren betrokken en geen aanvullende onderzoeken nodig waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat zij niet door een verzekeringsarts bezwaar en beroep was onderzocht.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en voegde toe dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende had gemotiveerd waarom een spreekuurcontact achterwege kon blijven. De medische informatie van de huisarts en behandelaars was adequaat betrokken. De Raad concludeerde dat de functionele beperkingen en de geschiktheid voor passend werk terecht waren vastgesteld en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WIA- en Ziektewet-uitkeringen vanwege een zorgvuldig medisch onderzoek en passende functionele beperkingen.