ECLI:NL:CRVB:2022:653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering Ziektewetuitkering na scooterongeval
Appellant, werkzaam als bezorger, had zich ziek gemeld na een scooterongeval op 15 april 2019. Zijn dienstverband eindigde op 1 november 2019. Het UWV weigerde een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat appellant volgens medische rapporten niet arbeidsongeschikt was per het einde van zijn dienstverband.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de conclusie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er geen medische gronden waren om appellant per 1 november 2019 als ziek te beschouwen. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel volledig arbeidsongeschikt was, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Raad stelde vast dat medische gegevens geen fracturen toonden, slechts kneuzingen en tendomyogene klachten, met beperkingen van zes weken tot drie maanden. Er waren geen aanwijzingen dat appellant op het moment van einde dienstverband nog arbeidsongeschikt was. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.