ECLI:NL:CRVB:2022:678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling in proceskosten na intrekking hoger beroep door bestuursorgaan
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaksbergen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Betrokkene, woonachtig in een Nederlandse gemeente, diende een verweerschrift in. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in, waarna betrokkene namens mr. K. Wevers verzocht werd appellant te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep veroordeeld kan worden in de proceskosten. Betrokkene was genoodzaakt juridische bijstand in te roepen vanwege het instellen en vervolgens intrekken van het hoger beroep door appellant.
De Raad veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 759,- voor verleende rechtsbijstand bij het indienen van het verweerschrift. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd in het openbaar gedaan op 17 maart 2022.
Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 759,- aan proceskosten wegens intrekking van het hoger beroep.