ECLI:NL:CRVB:2022:682
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AIO-aanvulling en boete wegens niet gemeld buitenlands vermogen
Appellante ontving sinds 2010 een AIO-aanvulling naast haar ouderdomspensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) voerde vanaf 2013 een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van deze aanvulling. Appellante gaf aan in 2015 tijdelijk in Turkije te verblijven en mede-eigenaar te zijn van een woning aldaar. Uit nader onderzoek, onder meer via het Bureau Attaché Sociale Zaken in Ankara, bleek dat zij meerdere onroerende zaken in Turkije bezit.
De Svb trok daarop de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht in en legde een boete op wegens het niet melden van dit vermogen. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betoogde appellante dat het onderzoek discriminerend was omdat alleen AIO-gerechtigden geboren in het buitenland worden onderzocht bij een vakantiemelding, niet degenen geboren in Nederland.
De Raad oordeelde dat deze beroepsgrond faalt omdat appellante zelf melding maakte van haar buitenlands vermogen, waardoor het onderzoek niet op de vakantiemelding was gebaseerd. Er was dus geen sprake van discriminatie. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de AIO-aanvulling en de boete worden bevestigd omdat geen sprake is van discriminatie bij het vermogenonderzoek.