ECLI:NL:CRVB:2022:689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid 54,11% door UWV per 27 december 2018
Appellant, laatst werkzaam als stucadoor, is sinds 29 december 2016 ziek gemeld met fysieke klachten. Het UWV stelde in het kader van de Wet WIA vast dat appellant per 27 december 2018 voor 54,11% arbeidsongeschikt is en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Appellant betwistte deze vaststelling en voerde onder meer aan dat zijn beperkingen, met name de buigcapaciteit en psychische klachten, werden onderschat.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de medische beoordeling door de verzekeringsartsen juist was en wees het beroep van appellant af. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel volledig. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de medische informatie, waaronder rapporten van een neuroloog en anesthesioloog, zorgvuldig betrokken en gemotiveerd dat appellant niet beperkt is tot 40 graden buigen. Psychische beperkingen werden niet ondersteund door medische gegevens op de datum in geding.
Appellant verwees naar latere medische verwijzingen voor psychische klachten, maar deze dateren na de datum van vaststelling en kunnen de beoordeling niet beïnvloeden. Ook het bezwaar tegen de geschiktheid van de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsberekening is gebaseerd, is door het UWV voldoende gemotiveerd weerlegd. Er is geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit van het UWV. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vaststelling van 54,11% arbeidsongeschiktheid per 27 december 2018 door het UWV wordt bevestigd.