ECLI:NL:CRVB:2022:699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Heerlen een aanvraag om bijstand ingediend, welke was afgewezen omdat uit huisbezoeken bleek dat hij zijn hoofdverblijf niet op het opgegeven adres had. Appellant voerde aan dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden en dat hij tijdens het huisbezoek op 22 juli 2019 wel zijn hoofdverblijf op het adres had.
De Raad stelde vast dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van appellant niet op het opgegeven adres lag, gelet op het ontbreken van persoonlijke spullen, administratie, meubels en andere leefvoorwerpen in de woning. De verklaring van een buurman was onvoldoende concreet en onbepaald in tijd om dit te weerleggen.
Daarmee slaagde het hoger beroep niet en werd de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant niet heeft aangetoond dat zijn hoofdverblijf op het opgegeven adres lag.