ECLI:NL:CRVB:2022:702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering en boete WIA-uitkering wegens dringende psychiatrische redenen
Appellante ontvangt sinds 2015 een WIA-uitkering. In 2016 werd in haar woning een hennepkwekerij aangetroffen, waarna het UWV de uitkering herzag en een terugvordering en boete oplegde wegens niet gemelde inkomsten. De rechtbank stelde vast dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden, maar beperkte de terugvordering tot de periode vanaf 24 december 2015.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet van de hennepkwekerij wist en dat haar ernstige psychiatrische problematiek dringende redenen vormde om af te zien van terugvordering en boete. De Raad liet een verzekeringsarts onderzoek doen, die concludeerde dat de terugvordering de therapie belemmert en stress veroorzaakt.
Het UWV matigde de terugvordering deels en schrapte de boete, maar appellante vond dit onvoldoende. De Raad oordeelde dat het UWV eerder een zorgvuldiger onderzoek had moeten doen en dat de terugvordering en boete ernstige ontregelende gevolgen hadden. Daarom vernietigde de Raad alle besluiten, verklaarde het hoger beroep gegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van kosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de terugvordering en boete en veroordeelt het UWV tot terugbetaling en vergoeding van kosten wegens dringende psychiatrische redenen.