ECLI:NL:CRVB:2022:725
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet-melding onroerend goed in Turkije
Appellanten ontvingen sinds 2004 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) van de Sociale verzekeringsbank (Svb). Vanaf 2013 voerde de Svb een onderzoek uit naar rechtmatigheid van deze AIO-aanvulling, met name gericht op verblijf en vermogen in het buitenland. Appellanten voldeden aan het selectiecriterium van het project SQ30, waarbij langdurig verblijf in het buitenland werd onderzocht.
Uit onderzoek bleek dat appellante eigenaar was van een woning in Turkije, welke niet was gemeld. Appellanten weigerden nadere informatie te verstrekken over deze woning, ondanks verzoeken van de Svb. De Svb trok daarop de AIO-aanvulling in en vorderde de ontvangen bedragen terug. De rechtbank vernietigde het besluit voor een deel van de periode, waarna het college een nieuw besluit nam.
In hoger beroep betwistten appellanten hun langdurig verblijf in Turkije en stelden zij dat de Svb ongelijk zou handelen door bepaalde groepen AIO-gerechtigden anders te behandelen. De Raad oordeelde dat appellanten wel voldeden aan het verblijfcriterium en dat er geen sprake was van ongelijke behandeling. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de AIO-aanvulling wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.