Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2022:728

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 maart 2022
Publicatiedatum
6 april 2022
Zaaknummer
21/1403 PW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, zevende lid, AwbArt. 8:108, eerste lid, Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep socialezekerheidszaak

In deze zaak heeft appellant verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. De gemachtigde van appellant gaf aan dat de niet-betaling het gevolg was van een administratieve fout binnen zijn kantoor.

De Raad stelde vast dat appellant zowel een nota als een herinnering voor het griffierecht had ontvangen. De verklaring van de gemachtigde kon niet leiden tot een gegrondverklaring van het verzet, omdat het risico van niet of niet tijdig betalen volledig voor rekening van appellant komt.

Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 maart 2022.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 maart 2022
21/1403 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 18 maart 2021, 20/752 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke socialedienst Brunssum Onderbanken Landgraaf (dagelijks bestuur)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 7 december 2021 niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat de Raad het hoger beroep niet in behandeling kan nemen. De Raad heeft die beslissing genomen op grond van de artikel 8:54 en Pro 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Namens appellant heeft mr. R.R.F.J. Palmen verzet ingediend.
Het verzet is behandeld op de zitting van 10 februari 2022. Namens appellant heeft
mr. Palmen via een videoverbinding deelgenomen aan de zitting. Het dagelijks bestuur is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

De Raad heeft het hoger beroep van appellant in de uitspraak van 7 december 2021
niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In verzet heeft de gemachtigde van appellant aangegeven dat het griffierecht niet is betaald door een administratieve fout van zijn kantoor. Er is zowel bij de eerste nota als bij de herinnering een menselijke fout gemaakt.
De Raad stelt vast dat de verklaringen van de gemachtigde van appellant niet kunnen leiden tot een gegrondverklaring van het verzet. De gemachtigde van appellant heeft van de Raad voor betaling van het griffierecht zowel een nota als een herinnering ontvangen. Niet of niet tijdig betalen door een administratieve fout van de gemachtigde van appellant komt volledig voor rekening en risico van appellant.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.X.R. Yi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.X.R. Yi