ECLI:NL:CRVB:2022:741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WAO-zaak
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam hoger beroep ingesteld in een WAO-zaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 29 september 2021 en opnieuw bij aangetekende brief van 2 november 2021 verzocht om binnen vier weken alsnog de beroepsgronden in te dienen. Appellant heeft beide termijnen ongebruikt laten verlopen. De brief van 2 november 2021 werd niet afgehaald, maar het adres van appellant was ongewijzigd. Een gewone postzending volgde, zonder dat een nieuwe termijn werd gesteld.
Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim van appellant kunnen verontschuldigen. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.P.M. Zeijen en griffier J.M. Labage op 24 maart 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.