ECLI:NL:CRVB:2022:773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering terecht wegens voldoende rekening lichamelijke beperkingen
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker automaterialen en meldde zich ziek met lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering omdat hij volgens een arbeidsdeskundige nog meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en onvolledige beoordeling van psychische klachten, waarna het UWV een nieuwe beslissing nam met een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn fysieke beperkingen onderschat waren, mede op grond van een rapport van een medisch adviseur.
De Centrale Raad oordeelde dat het UWV met een uitgebreid rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende rekening had gehouden met de lichamelijke beperkingen, waaronder artritis en andere klachten, en dat de medisch adviseur niet tot een ander oordeel leidde. Ook was er geen bewijs voor beperkingen door een perianale fistel op de datum in geding.
De Raad bevestigde dat appellant geschikt is voor de geduide functies en dat het recht op ziekengeld terecht is beëindigd per 27 augustus 2019. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering bevestigd.