ECLI:NL:CRVB:2022:775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid bevestigd
Appellant kreeg een Ziektewetuitkering die door het UWV per 13 februari 2020 werd beëindigd omdat hij geschikt werd geacht voor een functie waarvoor hij eerder geschikt was bevonden, namelijk productiemedewerker industrie.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat zijn beperkingen voor hand- en vingergebruik onvoldoende waren erkend en dat klachten zoals jeuk en migraine onvoldoende in aanmerking waren genomen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in die de eerdere conclusies van de verzekeringsarts ter discussie konden stellen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen geen invloed hadden op de geschiktheid voor de functie.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewetuitkering is terecht en blijft gehandhaafd.