Uitspraak
20 2902 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
23 juli 2019 de huisregels van de opdrachtgever ondertekend en veiligheidsschoenen ontvangen. Appellante is echter niet gestart bij de opdrachtgever.
Centrale Raad van Beroep
Appellante ontvangt bijstand en volgt een BBL-opleiding met een onbetaalde stageplek. Het college heeft in meerdere gesprekken met appellante de arbeidsverplichtingen nader geconcretiseerd, waarbij is afgesproken dat zij voor 1 september 2019 een betaalde werkplek moest vinden die aansluit bij haar opleiding. Indien dit niet zou lukken, moest zij alle algemeen geaccepteerde arbeid aannemen.
Appellante heeft een uitzendovereenkomst gesloten voor productiewerk, maar is niet gestart met het werk. Het college heeft daarop de bijstand met 100% verlaagd voor een maand wegens het niet nakomen van de verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te behouden. Appellante voerde aan dat zij door omstandigheden niet kon starten, maar slaagde er niet in dit te bewijzen.
De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het collegebesluit tot concretisering van de arbeidsverplichtingen en de maatregel van verlaging van de bijstand. De Raad oordeelde dat de verslaglegging voldoende duidelijk was en dat appellante haar verplichtingen niet is nagekomen. De verlaging van de bijstand blijft daarom van kracht.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% voor één maand wegens het niet nakomen van arbeidsverplichtingen wordt bevestigd.