ECLI:NL:CRVB:2022:786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor rechtsbijstand bij procedure machtiging voorlopig verblijf echtgenoot
Appellante, een bijstandontvanger, vroeg bijzondere bijstand aan voor de eigen bijdrage van rechtsbijstand in een procedure gericht op het verkrijgen van een machtiging tot voorlopig verblijf voor haar echtgenoot. Het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard wees deze aanvraag af omdat de kosten betrekking hadden op de procedure voor haar echtgenoot en niet op kosten van het bestaan van appellante zelf.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad overwoog dat artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet bijzondere bijstand alleen toekent voor noodzakelijke kosten van het bestaan van de aanvrager zelf, en dat de kosten voor de procedure van de echtgenoot hier niet onder vallen.
Hoewel appellante en haar echtgenoot samen bezwaar maakten en de procedure ook voor appellante werd gevoerd, leidde dit niet tot een andere beoordeling. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd op 5 april 2022 in het openbaar gedaan door E.C.R. Schut.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor de eigen bijdrage van rechtsbijstand bij de procedure voor een machtiging tot voorlopig verblijf van de echtgenoot wordt bevestigd.