ECLI:NL:CRVB:2022:80
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als cargo officer, meldde zich ziek met fysieke klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering toe te kennen. Appellant maakte bezwaar en beroep, waarbij extra beperkingen werden aangenomen, maar het arbeidsongeschiktheidspercentage bleef onder de 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de geselecteerde functies medisch geschikt voor appellant. In hoger beroep voerde appellant aan dat het onderzoek onzorgvuldig was, onder meer omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep hem niet had onderzocht en onvoldoende rekening hield met een knieoperatie, revalidatie en een cannabisverslaving.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de knieoperatie en revalidatie niet relevant waren voor de datum in geding, en dat er geen aanwijzingen waren voor beperkingen door de cannabisverslaving op die datum. Ook was er geen medische indicatie voor een urenbeperking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.