ECLI:NL:CRVB:2022:801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late betaling griffierecht AOW
Appellant heeft bij besluit van 7 oktober 2016 een AOW-uitkering geweigerd gekregen wegens onvoldoende verzekeringsduur. Na een nieuwe aanvraag in januari 2019 weigerde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) de herziening van het eerdere besluit. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn had betaald.
Appellant werd meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen vier weken, maar reageerde niet inhoudelijk op deze aanmaningen. De griffierechten werden uiteindelijk op 6 mei 2020 voldaan, maar dit was te laat en daarom werd het griffierecht teruggestort.
In hoger beroep heeft appellant geen gronden aangevoerd om het te late betalen te rechtvaardigen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is geweest en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late betaling van het griffierecht.