ECLI:NL:CRVB:2022:806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-woonachtig op uitkeringsadres bij extreem laag waterverbruik
Appellant ontving bijstand sinds oktober 2014 en stond sinds maart 2017 ingeschreven op het uitkeringsadres. Naar aanleiding van een melding van woonfraude heeft de gemeente Apeldoorn een onderzoek ingesteld, waarbij bleek dat het water- en energieverbruik extreem laag was en de woning verwaarloosd oogde. Op basis hiervan trok het college de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde kosten terug.
Appellant voerde aan dat het onderzoek onrechtmatig was en dat hij wel op het adres woonde, onderbouwd met verklaringen en lage verbruiksgegevens. De Raad oordeelde dat de algemene onderzoeksbevoegdheid van artikel 53a PW geen aanleiding of vermoeden vereist en dat het onderzoek rechtmatig was.
Het extreem lage waterverbruik rechtvaardigt de veronderstelling dat appellant niet op het adres woonde. Appellant heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij er wel zijn hoofdverblijf had, ondanks zijn persoonlijke omstandigheden en verklaringen van derden. De latere toekenning van bijstand vanaf november 2018 betreft een andere periode en verandert dit oordeel niet.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij woonachtig was op het uitkeringsadres.